Variaties op staan, wandelen en lopen
David Zambrano’s ‘Twelve Flies Went Out at Noon’ in Theater Frascati in Amsterdam
Vijftien dansers betreden een sober verlicht speelvlak, kriskras door elkaar, houden halt en wachten af. Uit de luidsprekers schalt opzwepende hardbop van Art Blakey and the Jazz Messengers. De dansers kijken elkaar aan, tot het moment daar is en ze door elkaar beginnen wandelen, een stukje lopen, weer stilstaan, opnieuw vertrekken, rond elkaar cirkelen, onverwachts samenklitten en terug uitwaaieren. Als een zwerm, een dynamische organisatievorm die voortdurend balanceert op de rand van de chaos.
In Twelve Flies Went Out at Noon verzamelt de vermaarde Venezolaans-Nederlandse dansimprovisator David Zambrano een groep van vijftien dansers rondom zich, opgepikt uit de talrijke onderwijsprojecten waar hij wereldwijd bij betrokken is. Inderdaad zien we hier niet de clowneske improvisator aan het werk, wel de pedagoog, die organisatievormen en beslissingsprincipes onderzoekt aan de hand van eenvoudig basismateriaal: variaties op staan, wandelen en lopen. Zo bewegen de dansers zich onder, rondom en door elkaar, ontwijken virtuele objecten, transformeren voortdurend de groep en de ruimte, schrijven warrige figuren op de grond.
Vanuit enkele basisopdrachten wordt vlot een uur volgedanst, terwijl Art Blakey enthousiast de vellen bewerkt en Thelonious Monk hotsend en botsend over de pianotoetsen gaat. Het oogt allemaal simpel, terwijl de organisatieprincipes behoorlijk complex zijn. Dat de dansers daarbij een grote autonomie hebben, voortdurend beslissingen moeten nemen en zich de spelregels toe-eigenen, werkt bijzonder aanstekelijk. Twelve Flies is dansplezier ten voeten uit.
Dit soort werk lijkt eerder in het Amerika van de jaren zeventig thuis te horen, toen emancipatie van de danser een groot thema was en volop improvisatietechnieken werden ontwikkeld. Duidelijk is in ieder geval dat vandaag nog veel dansers en choreografen op die principes terugvallen. Interessant ook om in Twelve Flies een danser als Thomas Hauert aan het werk te zien bij zijn leermeester: hier zie je enkel de mosterd, niks geen gedoe met scenografie en dramaturgie. Na een uur blijkt ten volle hoe rijk en doeltreffend deze sobere dans is, die draait op enkele choreografische principes en veel interactie. Wellicht ligt de betekenis van Twelve Flies vooral hier: in een tijd waarin we platgeslagen worden met vernuftige concepten en complexe vormen van theatraliteit, maakt het stuk een verschil. Voorbij het anachronisme, voorbij het verlangen naar betekenis van de toeschouwer.