Gegijzeld door blikken
Choreografe Simone Aughterlony met ‘Public Property’ op Tanz im August
Ooit was de Berlijnse Sophiensaele een volkspaleis, thans is het een achteraftheater dat veel weg heeft van een kraakpand. De ideale setting voor een verrassing op het festival Tanz im August: Simone Aughterlony, bekend van haar jarenlange samenwerking met Damaged Goods, bracht er haar solodebuut Public Property. Met grote conceptuele helderheid exploreert ze het troebele grensgebied tussen privaat en publiek, waar het lichaam zich voegt naar het alledaagse theater van alomtegenwoordige blikken, tot het in stukken en brokken uiteen valt omdat iedereen eraan morrelt.
Terwijl Aughterlony zich door de ruimte beweegt en allerhande vreemde energieën bezit van haar nemen, levert een stem commentaar. Aanvankelijk gaat het over huisregels en aanwijzingen die de ruimte betreffen, na een tijdje mengen die zich met metaforen over het lichaam of de persoon. Van “No cameras allowed in this space” over “Please don’t put any heavy weight on my person” tot “I am not a loading zone.” Wat vermag een lichaam tegen de talrijke blikken en projecties van toeschouwers die het zich trachten toe te eigenen? Aughterlony valt uit elkaar maar verzet zich ook, ze kijkt terug.
In Public Property brengt Aughterlony een reeks proposities rond dat thema van een persoon in strijd met zijn openbaarheid. Ingetogen, zoals de grote projectie van haar gelaat, dat slechts met moeite in de plooi blijft. Via die videobeelden thematiseert ze overigens projectie als thema: ze tracht zichzelf te observeren in een museale ruimte, wetend dat haar gedrag nooit overeenstemt met de ideeën die anderen over haar koesteren. Elders is het ironie, zoals een speech van twaalf minuten over een goede speech van twaalf minuten: knip de inhoud weg en er blijft iets over als een spin doctor-choreografie. Als Aughterlony aan het einde naast de microfoon gaat staan, verbeeldt dat moment treffend een reeks dissociaties: van lichaam en stem, van zelf en conventie, van privaat en publiek. Ook wie zich onversaagd uit één stuk weet voor te doen, hangt uiteindelijk aaneen van fragmenten en breuklijnen, al dan niet vrijwillig.
Pogingen van Aughterlony om zich een eigen ruimte af te bakenen in een rituele choreografie zijn vruchteloos, vreemde blikken loeren op de intiemste plekken. Maar ze weet de verwarring productief te maken in de theatersituatie. Zich voortslepend over de vloer smeekt Aughterlony “I don’t want to go”, nestelt zich in de blik van de toeschouwer, gijzelt die blik. Tot het uur om is en het spel der blikken zich voor iedereen weer naar de straat verplaatst.