Zwembroeken, explosievengordels en spelletjes

De Morgen 30 Aug 2003Dutch

item doc

Afgelopen week opende het Brusselse festival Bellone Brigittines het theaterseizoen. Als steeds wil het festival hydride vormen van podiumkunst promoten, ruimte maken voor kunstenaars ‘die onder geen enkele noemer vallen’. Dit tegenover een modieus conceptualisme dat de creativiteit zou verstikken en vervallen in een banale esthetiek. Resultaat is een verrassende programmatie, zij het ook wisselvallig van niveau.

Het grillige en enigszins barokke werk van de onlangs overleden componist Luciano Berio leek een goed uitgangspunt om het pleidooi voor creativiteit en diversiteit kracht bij te zetten. De man schreef een reeks Sequenza’s (1958-1995), die de extreme mogelijkheden van een solo-instrument verkennen, en waarin de expressie van de vertolker centraal staat. Theatermaker en festivalcurator Patrick Bonté bracht de Sequenza’s voor stem, harp en accordeon in een minimale enscenering. Tegenover het barokke stemgebruik van een contratenor die vanuit het publiek zingt, lacht, schreeuwt en fluistert, plaatst hij op scène een verstilde, flegmatische figuur met badmuts. Een horizontaal gordijn onttrekt hem deels aan het oog, waardoor de man verder naakt lijkt. Via zulke eenvoudige ingrepen die de waarneming verstoren, ontwikkelt zich een hele badscène rond de muzikanten. Op zich een wat overbodige enscenering bij Berio’s sprekende muziek, maar bij momenten ronduit grappig.

Na de pauze werd A-Ronne II van Ingrid von Wantoch Rekowski hernomen, naar een luisterspel van Berio. Vijf acteurs in renaissancekostuums brengen mompelend en zingend dit exuberante muzikale gedicht dat bestaat uit flarden tekst van onder meer Dante, Goethe en Barthes. De versplintering en ritmiek, alsook de groteske fantasie en sluimerende seksualiteit affecteren ook de gedragingen van de spelers: het zijn ziekelijke types die mank lopen en gedreven worden door talrijke zenuwtics.

Die verwarring van identiteiten is ook aan de orde in Babylonia Kiss van Mauro Paccagnella en Allessandro Bernardeschi. Twee mannen op de dool leveren zich in travestie over aan hun dromen, angsten en verlangens. Het valt hun moeilijk de brokken en scherven te lijmen tot een duidelijke rol: je ziet tragische diva’s die maar niet aan communiceren toekomen, niet met zichzelf, niet met elkaar, en al evenmin met het publiek. De treffende momenten zijn schaars in deze slordige voorstelling: een man in bruidsjurk probeert met met gestileerde gebaren zijn onstuimige seksualiteit te kanaliseren. Of het tragische eindbeeld: een halfnaakte diva met pruik en zonnebril, een explosievengordel om het middel. De ultieme verkleedpartij?

Aangename verrassing tot dusver was Slow Down van de Franse choreografe Martine Pisani, met een onderzoek rond een ander rollenspel: de ‘présence’ van de performer. Ze brengt haar conceptuele vraagstelling op de planken door het presenteren van een reeks ‘spelletjes’. De zes performers zitten aldus gewrongen in een wat vreemde situatie: ze gaan met geestdrift op in hun opdracht, zoals spelletjes een eigen logica hebben. Dat speelse element treft echter telkens de theaterruimte en de toeschouwer en weet zich dan plots ‘bekeken’, waarmee de inzet van het gegeven kantelt.

Een rood kussentje wordt net zolang doorgegeven, tot zich in de wirwar van lichaam plots een ‘bed’ vormt, waarop de laatste performer kan gaan liggen. Wat begint als een spel, wordt gaandeweg ook een hilarische pastiche op postmoderne dans. Verder een wedstrijdje op één been staan, imitatie-oefeningen of een spelletje waarin op creative manier wordt ‘doodgevallen’. Slow down laveert voortdurend tussen choreografie en theater: geregeld worden micro en luidsprekers opgesteld om na te gaan hoe daardoor de gedragingen van de performers en de perceptie van de toeschouwer wijzigen. Een scherm op de bühne laat toe te experimenteren met aan- en afwezigheid, met verrassingseffecten, met schijn en zijn. Hoewel enigszins disparaat door de vele thema’s die de spelletjes aansnijden, is dit prettig gestoorde dans, conceptueel helder en wars van belegen theatraliteit. Dit moet de ‘transfiguratie van het banale’ zijn, waar de festivalcuratoren de mond van vol hebben.