'Met de helderheid neemt de kou toe'

Speech bij ontvangst van de Pierre Bayleprijs voor danskritiek 2012

Sarma 4 Dec 2012Dutch

item doc

Contextual note
Deze tekst werd uitgesproken door Jeroen Peeters als dankwoord en opstap tot debat bij de uitreiking van de Pierre Bayleprijs voor danskritiek 2012. Daarop volgde een debat met de andere laureaten Roland de Beer (muziek) en Hans Groenewegen (po√ęzie), geleid door Maarten Doorman.

Geachte aanwezigen,

 

Zo'n vijftig jaar geleden reisde de Oostenrijkse auteur Thomas Bernhard naar Bremen om er een literaire prijs in ontvangst te nemen voor zijn eerste roman Frost (vertaald als Vorst). In een anekdotisch verslag blikt hij terug op die lange treinreis en hoe hij maar niet wist wat hij het publiek zou moeten vertellen. Tot hem uiteindelijk die ene zin inviel, waarna de woorden vlot volgden: "Met de helderheid neemt de kou toe." Hij had het over een doorgedreven moderniteit die de wetenschap als enige waarheidsmedium omarmt. Bernhard was geenszins hoopvol gestemd wanneer hij schreef dat we die helderheid zelf hebben gewild en opgeroepen en dus niet mogen klagen over de toenemende kou die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat.

"Met de helderheid neemt de kou toe." Die zin houdt me ook vandaag, in een enigszins andere context, bezig: de moderne mythe van de transparantie grijpt nog steeds wild om zich heen en leidt tot vervlakking en een voortschrijdend betekenisverlies. Wat me bezighoudt is het volgende: het vrije, publieke spreken over kunst verkeert thans in een grondige crisis. Discoursvorming over kunst wordt namelijk op uiteenlopende manieren geïnstrumentaliseerd. Het spreken over kunst plooit zich dus al te vaak naar vocabularia en agenda's die het van buitenaf zijn opgelegd. Bovendien gebeurt dat niet enkel achteloos, maar geregeld ook met goede bedoelingen allerhande, of met kille berekening.

Enkele voorbeelden. Onder het mom van professionalisering, emancipatie en participatie vraagt het beleid om meer publiek, interesseert het zich vooral voor cijfers en spreekt het enkel nog over kunst in de taal van technocraten en boekhouders. Elders leidt de academisering van het hoger onderwijs tot het conformeren van artistiek onderzoek aan academische formats en spelregels. Dit fenomeen kent ook een bredere resonantie door het inschakelen van kunst in de "kennismaatschappij". Marketing en verheven thema's vinden elkaar dan weer in de festivalitis die onze cultuurhuizen plaagt en kunst versmalt tot eenduidige inhouden en slogans. En dan heb ik het nog niet eens over de sterke focus op consumentisme, ontspanning en human interest in de reguliere media. Niet enkel beleid en media pikken deze vertogen op, deze dominante manieren van spreken over kunst worden ook door diverse spelers in het culturele veld verinwendigd.

Ontkend worden het kunstwerk en de artistieke praktijk als een eigenzinnige en zelfstandige vorm van betekenisproductie die de publieke ruimte mee vormgeven. In een maatschappij waar kunst en het spreken erover zich voortdurend moeten legitimeren, zullen die eigen, meervoudige spreekwijzen uiteindelijk uitdoven. Dat zou een culturele én een politieke catastrofe betekenen. "Met de helderheid neemt de kou toe."

 

***

 

Een cultuurkritische analyse van deze kwesties volstaat echter niet. Om hedendaagse kunst als een publieke zaak aan te kaarten, komt het er precies op aan een geëigende discursieve ruimte op te eisen voor het kunstwerk en de artistieke praktijk zelf. Daarin lijkt me de belangrijkste taak van de kunstcriticus te liggen vandaag: steeds weer de eigen taal van kunstwerken en de singuliere ervaring die ze oproepen trachten te articuleren. Enkel vanuit een autonome positie en in een belangeloze houding kan een vrijheid van kijken, denken en schrijven gedijen.

De waarde van kritiek schuilt voor mij in haar kwetsbare karakter: in het kijken, denken en schrijven trachten om te gaan met de idiosyncrasie van concrete kunstwerken, met de belofte van een taal die nog tussen verstomming en spreken in staat, nog op de drempel van het niet-weten balanceert. Precies die onzekerheid, ambiguïteit, complexiteit en veelstemmigheid tonen zich mogelijk weerbarstig tegenover de vertrouwde kijk- en denkkaders. Ze tornen aan het dominante verlangen naar eenduidigheid en transparantie, en verlenen daarmee reliëf aan de betekenissen, beelden en verhalen waar een maatschappij van leeft.

 

***

 

Door de terugval van kunstkritiek in dag- en weekbladen zagen het afgelopen decennium tal van alternatieve ruimtes voor kritische reflectie over kunst het licht. Ik twijfel eraan dat het internet met zijn gespecialiseerde sites, blogs en sociale media het probleem van openbaarheid kan opvangen -- zeker wat betreft de maatschappelijke rol van kunstkritiek. Digitale archieven kunnen bijvoorbeeld wel verspreide en vluchtige kritieken samenbrengen en zo duurzaamheid verlenen aan teksten, stemmen en oeuvres (dat is een van de uitgangspunten geweest van het platform Sarma dat ik tien jaar geleden met Myriam Van Imschoot heb opgericht).

Anderzijds zet het internet ons door zijn multimodale en informele karakter misschien op een vruchtbaar spoor voor andere vormen van reflectie over kunst dan de recensie en het klassieke essay. En hier zie ik een tweede taak voor de criticus vandaag (die strookt met de dramaturgische en antropologische wending in mijn eigen werk): het documenteren van artistieke praktijken, werkmethodes en de orale cultuur in de studio. Hoe werken kunstenaars vandaag? Hoe kunnen die veelal impliciete, informele en belichaamde vormen van discours en kennis een grotere zichtbaarheid krijgen? De heterogene "talen van het maken" in kaart brengen, vraagt om een experimentele aanpak en een meer betrokken benadering. Misschien kan een grotere vertrouwdheid met artistieke praktijken (en met alternatieve modellen van productie en samenwerking) uiteindelijk ook een ander spreken voeden.

 

***

 

Graag wil ik de jury bedanken voor de eer die zij mij vandaag bewijst. En verder wens ik iedereen te bedanken die de afgelopen vijftien jaar mijn traject als criticus heeft gesteund. Ik dank u allen voor uw aandacht.