De kwetsbaarheid van een voorstelling

De Morgen 2007-03-20 Dutch

item doc

Beginnende theatermakers gaan vaak tot de tanden gewapend het podium op: ze laten niets aan het toeval over om hun publiek te lijmen. Pas op rijpere leeftijd verbergen artiesten niet langer dat een stuk het resultaat is van getob, twijfels en zelfs toeval. Impliciet erkennen ze zo dat vooral in dans het écht onvergetelijke moment onberekenbaar is. Als dans slaagt, is dat pure magie, maar die magie is ook altijd een soort toeval. Het is immers pas als de kijker de magie ziet dat ze ook echt bestaat. Pas in zijn hoofd wordt het wonder voltooid.

De Franse Etienne Guilloteau laat al in La magnificenza alle pantsers vallen, al is het pas zijn tweede stuk. Hij toont de kwetsbaarheid van dans. Het zijn twee reeksen scènes, haast zonder samenhang. Lange stiltes onderbreken ze dan nog. Die stiltes zijn op zich al heel merkwaardig. Ze tonen minutenlang een leeg podium. De eerste keer creëren de spots die rond het speelvlak hangen nog een feeëriek lichtspel. De tweede keer blijft het podium hel uitgelicht. Op dat ogenblik komt de technicus twee spots wegnemen. Hij blijft dat bij elke tussenpauze doen tot ze allemaal weg zijn. Op dat ogenblik springen de tl-buizen van het werklicht aan. Hoe langer het stuk duurt, hoe minder het dus door zijn inkleding kan betoveren, tot het absolute nulpunt bereikt is.

De scènes met Vincent Dunoyer vertrekken van dat absolute nulpunt. Stuurloos speelt hij met een trui of met microfoonstatieven. Ten slotte zet hij wat pasjes. Aan het slot is hij opnieuw in de weer met microstatieven, die hij met een podiumdoek omvormt tot skeletten in een lijkwade. 'Der Tod' heet die scène. Hier sterft een stuk dat nooit tot leven kwam.

Guilloteau zelf herneemt fragmenten uit Skène, zijn vorige werk, maar in een willekeurige volgorde. Dat duet met Claire Croizé toont twee mensen die, al dansen ze samen, alleen blijven in hun gevecht tegen chaos en eenzaamheid. Dat is hier nog meer het geval. De heftige bewegingen lijk een bij voorbaat verloren gevecht. Het is alsof de choreograaf zich, terwijl hij zijn stuk herneemt, afvraagt wat hem bezielde bij het maken.

Slechts enkele keren ontstaat er toch een samenspel tussen de twee dansers. De eerste keer als Dunoyer een fragment van Guilloteau herneemt, de tweede keer als ze even samen bewegen. Maar ook dat leidt niet to 'iets'. Als het tl-licht aangaat, kijkt Guilloteau mijmerend naar een kaal podium. Net dan weerklinkt 'Petite ouverture pour danser' van Eric Satie. De dans die dan moet volgen, is er echter één in het hoofd van de toeschouwer. Hij moet uit het brutale materiaal van de choreograaf de echte voorstelling maken.

La magnificenza speelt nog zaterdag in Kortrijk, www.budakortrijk.be/fresh