Clichébeelden met neoklassieke saus
Clichébeelden met neoklassieke saus
Van onze medewerker BRUSSEL -- Choreograaf Thierry Smits ging aan de slag met
Jan Ritsema maakte voor het Kaaitheater ooit
Met
De tekst maakt dan ook nauwelijks onderscheid tussen de twee personages. Ze is vooral betrokken op de verwoording van doorgaans nauwelijks bewust ervaren sensaties van het lichaam.
Als tekst werkt dit, door de geraffineerde stijl van Verhelst, zeer goed, maar de beelden die hier opgeroepen worden, kun je niet zomaar in theaterbeelden omzetten. Dan krijg je bijna onvermijdelijk ofwel pornografie ofwel opgeblazen symboliek -- aan u de keuze wat het meest ergerlijk is.
Smits kiest voor de opgeblazen symboliek, met een neoklassiek choreografisch sausje. Trudo Engels tekent voor scenografie en filmbeelden. Noise-Makers Fifes, met Cathérine Jauniaux als zangeres, maakten de soundtrack. Daarop hoor je Viviane De Muynck en Johan Heestermans fragmenten opzeggen, ruwweg een derde van Verhelst. Door het geraas begrijp je helaas zelfs van dat derde bar weinig.
Je moet Smits wel nageven dat hij een vakman is, en dat zijn choreografie gedragen wordt door vier uitstekende dansers: Lucius Romeo-Fromm, Michael Sears, Shaula Cambazzu en Heike Langsdorf.
In de onderscheiden delen van de voorstelling hanteert Smits verschillende expressies. In een eerste fragment zie je drie, daarna vier naakte dansers ruggelings op de scène. Door hun verwrongen houding lijken ze soms gruwelijk verminkt en kun je nauwelijks hun geslacht determineren. Op elegante wijze kantelt dat eerste beeld in een simultane groepsbeweging, die de overgang maakt naar een meer conventionele neoklassieke choreografie die de rest van de voorstelling zal bepalen.
Tussendoor word je nog op een haast carnavaleske SM-scène getrakteerd. Een ander "significant" beeld volgt als de dansers elkaar met chirurgische handschoenen betasten als objecten. Tegelijk zie je op groot scherm extreme close-ups van lichaamsdelen als een wratje, een tepel, een tong, die met een glazen pipetje opgezogen en vervormd worden.
Op dat moment wordt de zwakte van de voorstelling helemaal duidelijk: de live-actie van de dansers verzinkt gewoon in het niets bij deze vrij simpele en op zich ook niet bijster oorspronkelijke filmbeelden. Maar geen nood, vrolijk samplend in procédés en beelden baant Smits zich een weg naar een alweer vrij mooi opgebouwde eindchoreografie. Voor wie op dat ogenblik nog niet vatte waar het over gaat, lekt dan bloed langs een scherm van fijne kunststofbuisjes de scène op.
De tekst van Verhelst verdient echt wel beter dan dit soort clichématige esthetisering. Pieter T'JONCK