Nieuwe namen op het podium (1): Thomas Hauert geboren improvisator

De Standaard 11 Jul 2000Dutch

item doc

Thomas Hauert is een dansimprovisator ‘pur sang’: eerst was er het plezier om te dansen op muziek in de huiskamer in een klein Zwitsers dorp bij Bern, tot zijn zeventiende zonder enige formele opleiding. Na studies als onderwijzer trok hij op zijn tweeëntwintigste toch naar de Rotterdamse Dansacademie. Daarna volgden bijna drie jaar als danser bij Rosas. Maar dan keerde hij terug naar zijn eerste liefde, de improvisatie. Zijn gezelschap ‘ZOO’ is de structuur waarbinnen hij, nu met een structurele subsidie van de Vlaamse Overheid van 5,5 miljoen, die passie verder vorm geeft.

TH : De Rotterdamse Dansacademie was belangrijk omwille van de grondige technische training. Rosas was ook een sterke ervaring: ik deed er met ‘Erts’, ‘Mozart’ en ‘Kinok’ podiumervaring op, leerde er samenwerken met andere dansers en werd aangespoord om zelf materiaal te ontwikkelen. Maar op een bepaald ogenblik wou ik mijn eigen weg gaan. Eerst in samenwerking met David Zambrano, een choreograaf die zich op improvisatie toelegt. Samen maakten we ‘Projectoz’ in ’94 en ‘Ballroom’ in ’96. Die ga ik komend seizoen tonen in het improvisatie-project van Kaaitheater. Dan volgden de solo ‘Hoboken Dance’ en met ‘ZOO’, ‘Cows in space’, ‘Pop-up Songbook’ en onlangs ‘Jetzt’.

PTJ : Hoe lukte het je als danser na je Rosas-periode om te overleven met een beperkt aantal voorstellingen?

TH : Dat was niet eenvoudig, vooral omdat ik als Zwitser niet geniet van de sociale bescherming voor inwoners van EG-lidstaten. Dat is onrechtvaardig, want ik betaal ook sociale rechten enz. Maar door te werken voor verschillende gezelschappen zoals Gonnie Heggen in Nederland en nu bv. Pierre Droulers kon ik het rooien.

PTJ : Toch ben je in Brussel gebleven?

TH : Na mijn Rosas-periode wou ik vertrekken uit België, maar ik werd verliefd en kwam terug. Artistiek gesproken is Brussel ook, omwille van mijn belangstelling voor improvisatie en ‘new dance’, een prima biotoop (Hauert doelt op technieken als ‘release’ en ‘contact-improvisatie’, die niet zo nieuw zijn, maar wel terug in het brandpunt van de belangstelling staan nvdr). Contredanse, ‘Les bains’ en Charleroi Dances organiseren veel workshops, ‘Parts’ brengt gereputeerde lesgevers naar Brussel en Meg Stuart heeft met ‘Crash Landing’ een improvisatie-project. Samen met het grote aanbod voorstellingen en de belangrijke kolonie dansers hier vormt dat een uitzonderlijk werkklimaat. Met de dans in Nederland heb ik niet veel affiniteit meer, ondanks mijn opleiding en werkervaring daar. De huidige Nederlandse dans is mij iets te theatraal of te esthetiserend, in de lijn van Forsythe.

PTJ : Hoe zou je je werkwijze omschrijven?

TH : Ik ga vaak uit van concrete taken. In de laatste voorstelling bijvoorbeeld moest je uit evenwicht raken of vallen. Al improviserend onderzochten we dan de mogelijkheden om dat te manipuleren om zo tot nieuwe, onvermoede bewegingen te komen. Dat is steeds weer de inzet. Ik ben erop uit om de intelligentie van het lichaam maximaal te exploiteren. De geest is daarbij de tegenspeler van het lichaam, die het lichaam uitdaagt om de grenzen van zijn mogelijkheden te verkennen. Ik hoop dat de kijker zo een complexe, rijke dans te zien krijgt. Het gaat om niets meer, maar ook niets minder dan het plezier dat bewegen en kijken naar bewegingen opwekt. Daarvoor moet je de grootst mogelijke waaier mogelijkheden van het lichaam aanboren. Als dat bij de kijker ook allerlei associaties oproept, is dat meegenomen. Maar het is niet het uitgangspunt.

PTJ : Je gezelschap heet ‘ZOO’. Wat betekent die naam? Welke mogelijkheden openen de subsidies?

TH : Voor ‘Cows in Space’ improviseerden we op het thema dieren aan de hand van een boek met de titel ‘ZOO’. Toen we een naam zochten voor een VZW was die dus snel gevonden. ‘ZOO’ bestaat uit een vaste groep dansers, die ik o.a. ken uit mijn periode bij Rosas en Zambrano: Samantha Van Wissen, Mark Lorimer, Sarah Ludi en Mat Voorter. Onze voorstellingen zijn, dat wil ik onderstrepen, een collectieve creatie. Ik bepaal enkel de uitgangspunten en hak waar nodig ook knopen door. Met de subsidies wordt het administratieve werk nu professioneel aangepakt, en krijg ik een fulltime contract. De anderen werken af en aan voor ZOO, maar behouden hun eigen activiteiten. Die los-vaste structuur is ook zo gewild. Anders wordt mij de druk om iedereen aan de slag te houden te groot. Bovendien hebben de anderen ook eigen projecten. Gelukkig kunnen we hier vaak de Kaaitheaterstudio’s als werkruimte gebruiken, en hebben we ook een residentie in het stadstheater van Luzern. Behuizing vormt dus, voorlopig toch, geen probleem. En geleidelijk aan krijgen we meer speelkansen.