Gebroken verwachtingen

De Standaard 5 Feb 2001Dutch

item doc

‘Double Points: one and two’ opent met een donderslag. Tegelijk tekenen twee haarscherpe, evenwijdige lichtlijnen een smalle baan af van de voor- naar de achterscène. Gedempt spotlicht glijdt over deze lichtloper tot bij Emio Greco, die zich in een haast doorschijnend kort kleed in het duister achterin ophoudt. Vaag hoor je een klaaglijke klarinetklank en je herkent dadelijk de ‘Boléro’ van Ravel. De nadrukkelijke lichtenscenering wordt zo dadelijk opgeladen met een sterk en kitscherig verwachtingspatroon: hier komt een rondedans die zal doorgaan tot aan de uitputtingsgrens. Die verwachting wordt echter tegelijk tegengesproken want niet een vrouw of een koppel, maar een man alleen staat hier. Dit eerste deel van ‘Double Points’ is inderdaad haast uitsluitend gebouwd op het ondermijnen van verwachtingen bij deze muziek en enscenering. Greco zet zijn enorme virtuositeit in om een ‘gebroken’ dans te tonen, die nooit bedwelmend tolt, maar hapert en stokt, waarin de danser het tempo kwijtraakt, trilt van inspanning, struikelt, zweet. De paradox van dit stuk is dat Greco fascineert door het mislukken van de fascinatie te tonen. Dat komt omdat Greco de beweging niet als een stuwend geheel laat zien, maar ze laat uiteen vallen in ongecoördineerde stuiptrekkingen. Het gedreun van vuurwerk op het einde is een ironische voetnoot hierbij.

In het tweede deel vervoegt Bertha Bermudez Pascual, een ranke en prachtige danseres, Greco voor een dans op een soundscape van Greco en Scholten. Hun eerste samenzijn is afwachtend. Het is nog steeds Greco die aarzelend, traag en wat schokkerig naar de voorgrond komt, terwijl Bermudez Pascual in het halfduister achterin oefenfiguren maakt met de rug naar het publiek. Tenslotte komen ze samen en na enige verkennende passen breekt plots een halsbrekend virtuoze en snelle dans los die perfect unisono is. Je vraagt je verbijsterd af hoe ze de dans, in alle wentelingen en arm- en beenzwaaien van hoog naar laag, zelfs maar kunnen onthouden. Het soort dans dat je verwachtte bij Ravel krijg je hier werkelijk, terwijl nu de muziek uiteenvalt in losse klanken. Daar komt nog iets merkwaardigs bovenop: ondanks de perfecte synchroniciteit van de twee dansers, zijn de verschillen tussen beiden huizenhoog. Greco blijft als het ware een verbazende mechaniek, die nu wel juist afgesteld is, terwijl Bermudez Pascual een buitengewone, menselijke gratie en verfijning in haar dans kan leggen. Dat contrast maakt deze conceptueel eerder smalle voorstelling toch de moeite.