Sublieme mimesis

Bespreking van Frans van Peperstraten, Sublieme mimesis

Oikos Sep 2007Dutch
Oikos 42, 3/2007, pp. 59-60

item doc

Frans van Peperstraten, Sublieme mimesis. Kunst en politiek tussen nabootsing en gebeurtenis: Lacoue-Labarthe, Heidegger, Lyotard, Budel: Damon, 2005, 317 pp., ISBN 90 5573 642 2

Steeds weer laat de wereld zich uitleggen en in beelden vatten, dient ze zich als betekenisgeheel aan, als ‘watheid’. Het feit dat er steeds weer voorstellingen zijn, is verbijsterend: omdat de precieze toedracht van die gebeurtenis ons ontgaat, omdat het onzeker is dat er ook morgen nog voorstellingen zullen zijn, omdat reeds in de zintuiglijke gewaarwording een besef van transcendentie schuilt. Die gebeurtenis, het feit dat de voorstelling verschijnt, noemt de Nederlandse filosoof Frans van Peperstraten de ‘sublieme mimesis’. Het is een constructie die hem toelaat om twee uiteenlopende stromingen binnen de esthetica met elkaar te confronteren: enerzijds een mimesisdenken dat het samenvallen van voorstelling en werkelijkheid postuleert, en anderzijds een subliem gebeurtenisdenken dat precies oog heeft voor de menselijke eindigheid, en daarbij wrijving, geweld en grenservaringen centraal plaatst.

Beide perspectieven hebben een lange en complexe geschiedenis, die van Peperstraten opneemt aan de hand van drie filosofen: Martin Heidegger (1898-1976), Philippe Lacoue-Labarthe (1940) en Jean-François Lyotard (1921-98). De spanning die in het begrip ‘sublieme mimesis’ huist, laat zich openleggen in een veelheid van opvattingen omtrent het statuut van de voorstelling, die kunst en esthetica ook verbinden met het beheersingsdenken van de metafysica en de sporen daarvan in opvattingen over politiek, techniek, wetenschap en geschiedenis. Sublieme mimesis is een academisch boek, technisch qua redeneertrant en in die zin vooral stof voor geoefende filosofielezers.

Het eerste deel is interessant omdat het zich ook als een introductie op de politieke filosofie van Lacoue-Labarthe laat lezen, in dialoog met Heidegger. Die draait rond het probleem van politieke identificatie (het ‘volk’, het ‘eigene’, het ‘nationale’, enz.) en het idealiseren van een gestalte of type. Thema’s die daarbij aan bod komen zijn de verhouding van natuur en cultuur, de romantische inspiratie van het Duitse nationalisme, het mythische karakter van het nazisme en de vraag waarom Heidegger altijd is blijven zwijgen over Auschwitz. Hoe een starre opvatting van figuur en identiteit deconstrueren? Wat zou een figuurloze identificatie kunnen betekenen? Daarbij komt ook kort de actuele kwestie van een nieuw totalitarisme (democratie als motor voor consensusdenken en depolitisering) aan bod, maar van Peperstraten gaat er niet dieper op in.